Home Blog Pagina 4

Voor alle leerlingen in de zorg

Voor alle leerlingen in de zorg: De opleiding is soms moeilijk, vervelend, veel te veel en zelfs saai. Ik begrijp jullie helemaal en ik snap dat het soms echt lastig kan zijn.

Maar onthoud dit goed: Je doet de opleiding niet om je huiswerk te maken, examens te halen of om de docent tevreden te houden.

Je doet de opleiding voor de momenten waarop jij degene bent die een leven redt.

Je doet de opleiding voor de momenten waarop jij degene bent die naast het bed staat van iemand die gaat sterven.

En je doet de opleiding voor de momenten waarop jij degene bent die het verschil maakt in het leven van de mensen voor wie je zorgt.

Vergeet dat nooit en bent trots op het werk dat je doet!

Voor alle leerlingen in de zorg!

Tommie Niessen
Verpleegkundige
https://tommieniessen.nl/ 

Humor in de zorg, kan dat wel?

Humor in de zorg… Kan dat wel?

Toen ik 16 jaar was begon ik met mijn opleiding Helpende in de zorg. Vijf dagen in de week naar school, huiswerk en leren voor proefwerken. Al snel merkte ik dat hele dagen school voor mij niet meer prettig voelde. Ik wilde aan de slag, werken in de praktijk door zo ervaring op te doen en mijzelf te ontwikkelen. Ik besloot na mijn stage bij het toenmalige verpleeghuis, over te stappen op werken leren. De betekende één dag in de week naar school en een volledige baan in de zorg. Heerlijk vond ik het. Ik voelde me als een vis in het water, het was fantastisch. Het voelde na een aantal maanden zo goed dat het wel leek of ik er al jaren werkte.

Samenwerking met collega’s, het werken op de afdeling en de omgang met bewoners ging me goed af. Drie maanden na mijn eerste werkdag stond mijn tussenevaluatie op het programma. Kijken naar de opdrachten, wat ik in de praktijk al geleerd had en hoe ik mij ontwikkelde in mijn beroepshouding. De tussenevaluatie ging uitstekend, ik liep goed op schema met mijn opdrachten, liet goed zien wat ik al in de praktijk kon en mijn beroepshouding was in orde. ‘Op één puntje na,’ zei mijn toenmalige praktijkbegeleider. “Shi, wat is er dan niet goed?”, dacht ik bij mijzelf… Langzaam aan voelde ik dat mijn hoofd rood werd en de onzekerheid nam toe.

‘Oh oke. Uhm. Over welk puntje heeft u het dan?’ vroeg is, half stotterend en met een brok in mijn keel.
‘Er zijn collega’s die je te joviaal vinden Rik, je maakt te veel grapjes.., Daarnaast zeg je vaak “je” tegen cliënten en noemt ze bij de voornaam. Sommige collega’s vinden dat je dan geen respect hebt voor de zorgvrager,’ was haar antwoord en zag haar diezelfde woorden in mijn tussenevaluatie schrijven…

In gedachten ging ik terug naar de afgelopen drie maanden. Grapjes maken, tja dat klopt. Ik maak overal wel een grapje om, en ben altijd opgewekt en enthousiast. Ik heb er nog niet eerder iets van iemand over gehoord besefte ik bij mezelf. Gek eigenlijk. En ik ben joviaal? Uh.. geen idee wat dat toen betekende, nu ik het weet zeg ik: Ja… Ik was joviaal. En het klopt inderdaad dat ik cliënten vaak bij de voornaam noem en vaak “je” zeg in plaats van “u”. Maar dat deed ik altijd in overleg en na goedkeuring van de cliënt en diens familie, want dat was mij in de eerste weken al duidelijk gemaakt.

‘Oh,’ zei ik wat verbaasd. ‘Ik heb daar nog niemand over gehoord’. En toen was het even stil, meer durfde ik eigenlijk niet te zeggen. Misschien maak ik het alleen maar erger dan. Ik zie dat mijn begeleider nog wat aan het opschrijven is. Als ze klaar is sluit ze het gesprek af.

‘Ach, weet je Rik. Je bent nog zo jong. En je bent pas 3 maanden bezig, dat komt echt wel goed. Je moet alleen wat meer op je houding letten’. Oei, dat was niet leuk om te horen. Ik beloofde haar dat ik eraan zou werken en mezelf wat serieuzer op zou stellen. En eerlijk is eerlijk, ik heb er alles aan gedaan. Ik was die week zo serieus, maar niet mezelf. Ik noemde alle bewoners bij de achternaam en zei tegen iedereen “U”. Maar het voelde niet oke, maar goed, ik probeerde het vol te houden.

Collega’s, bewoners en familieleden vroegen mij die week of er iets aan de hand was met me. Ik deed zo anders dan normaal. Ik besloot om het los te laten en te zijn wie ik ben, maar bij elke beoordeling kreeg ik hetzelfde relaas over mij heen. Alles was goed, maar té joviaal, te grappig, te amicaal…

Het tegenstrijdige was dat ik na elk jaar, bij wisseling van afdeling, bedankt werd voor mijn joviale en amicale houding. De afdeling en zijn bewoners waren er toch ook wel blij mee. En gelukkig stond dit mijn diplomering niet in de weg. Ik was binnen twee jaar Helpende en besloot om door te gaan. Door voor de opleiding tot Verzorgende IG. En ook hier jaar in jaar uit hetzelfde verhaal. En ik besloot ja te knikken en beterschap te beloven maar telkens viel ik weer terug in die soms iets te enthousiaste broeder.

Na mijn diplomering voor Verzorgende IG en later verpleegkundige trok ik me er niets meer van aan. Ik merkte immers dat mijn vrolijkheid op de afdeling aanstekelijk werkte. Niet alleen op mijn collega’s, maar ook zeker op de cliënten en hun familie. Ik vond het elke dag weer een feestje om voor “mijn” bewoners te mogen zorgen, en dat liet ik ook blijken. Al zingend kwam ik de afdeling op en met een brede glimlach en soms een goede mop hielp ik de bewoners uit bed, onder de douche en in hun kleding.

Nu 24 jaar later, is er niet veel veranderd. Ik ben nog steeds prettig gestoord en gebruik dit ook in de zorg bij de patiënten binnen het JCvSZ.

Ik besef mijzelf heel goed dat deze werkplek anders is dan de verpleeghuizen waar ik vroeger werkte. Ook besef ik dat mijn manier van werken niet bij iedere patiënt kan, en dan doe ik dat ook niet. Maar in mijn optiek is er in bijna elke situatie wel humor toe te passen. Ook al is het leven bij bepaalde patiënten uitzichtloos, verdrietig en voelen ze zich machteloos of zijn ze boos. Door te lachen kun je even de pijn vergeten, je voelt je minder depressief en denk je even niet aan alle ellende in de wereld. Ik merk het verschil, en soms wordt ik zelfs bedankt door een patiënt dat ze zich even hebben kunnen ontspannen.

Vaak merk je dat bij een eerste kennismaking al. Ik vraag meestal meteen of ik de patiënt bij de voornaam mag noemen, en bijna altijd is dat oké. Ik merk dan dat de sfeer ontspannender is en er door de loop van tijd een soort vertrouwings band ontstaat. Wat luchtiger en relaxer. Ik denk dat dat de samenwerking met de patiënt ten goede komt.

Uiteindelijk komt het allemaal neer of iemand zich begrepen en/of gehoord voelt en is de verpleegkundige handeling die ik kom verrichten eigenlijk een bijzaak.

Bajes Broeder Rik
Verpleegkundige
Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ)  & Ambassadeur DJI

–> Rik is te volgen via Instagram en Facebook

Nieuw boek: Kastanjehove

In Kastanjehove weet de negentienjarige Thomas niet goed wat hij wil met zijn leven. Hij is al met drie opleidingen gestopt. Op advies van zijn moeder is hij nu begonnen aan een opleiding in de zorg. Zijn eerste stage is hij goed doorgekomen, maar zijn tweede stage in een verpleeghuis blijkt een stuk pittiger… Thomas komt erachter wat het echt betekent om in de zorg te werken: strakke roosters, vermoeide collega’s, eigenzinnige bewoners en vreemde regeltjes. En daar blijft het niet bij, want naast de gebruikelijke drukte in verpleeghuis Kastanjehove staat er iets op de planning wat een enorme impact zal hebben op de bewoners: een verbouwing.

Meningsverschillen tussen collega’s, de bewoners en de directie van Kastanjehove leiden tot veel onrust en onzekerheid. Voor Thomas is het al moeilijk om te begrijpen wat er allemaal gebeurt in de zorg. Laat staan wat er nu gaat veranderen in Kastanjehove. Maar hoe langer hij er werkt, hoe meer grip hij erop krijgt, en Thomas krijgt steeds meer plezier in zijn werk. Eindelijk heeft hij iets gevonden wat bij hem past en dat voelt goed. Met hulp van bewoners borrelt er een strijdplan op. Kan hij dit ook ten uitvoer brengen?

Reserveer het boek!

*Het boek verschijnt in februari 2021

Kastanjehove is een heerlijke, ontroerende en humoristische roman, gebaseerd op de ervaringen van Tommie Niessen en geschreven door Loes Wouterson.

Kastanjehove

Laatste keer

Het is een mooie herfstochtend en ik ben op weg naar een jongen in de puberleeftijd. De zorgvraag naar mij is helder. Deze jongen heeft een euthanasie verzoek en deze wordt vandaag uitgevoerd.

De hoofdbehandelaar heeft gevraagd of wij in de ochtend alvast een infuus kunnen plaatsen. Stiekem ben ik die ochtend zo blij met alle jaren OK ervaring. Infuusprikken deden we dagelijks meerdere keren. Een handeling die ik met mijn ogen dicht kan uitvoeren.

Het is een beladen dag in het huishouden. Ik kom binnen en het ruikt heerlijk. Zijn broertje is aan het bakken. De keuken vult zich langzaam met lekkernijen. Ik maak kennis met het gezin en probeer in de korte tijd niet te betrokken te raken.

Samen gaan we naar boven. De jongen is moe van het vechten. De kanker heeft flink huisgehouden. Hij wil niet meer en heeft samen met zijn ouders de dappere keuze gemaakt om voor euthanasie te kiezen. Hij ziet er naar uit en is zichtbaar nerveus.

Het infuus zit er gelukkig in één keer in. Zijn ouders zijn zichtbaar in tranen. Nu wordt het echt. Willen loslaten maar ook willen vasthouden het is een herkenbaar proces bij ouders. Samen met moeder voer ik de laatste kralen van de kanjerketting in, in de speciale app daarvoor. Wederom tranen, weer een laatste keer. Ze gaan samen ontbijten en daarna wat ontspannen en genieten van elkaar. Genieten van alle laatste momenten die er nog zijn.

Wanneer het middag is kijk ik op de klok. Ik weet dat het tijd is. Zijn rust is gekomen en ik denk nog een laatste keer aan de moedige keuze die deze bijzondere jongen heeft gemaakt.

Hillegonde
Verpleegkundige specialistische kinderthuiszorg

Aandacht

Die vragen we namelijk niet zo snel, onze stem zal je niet gauw horen
Ook al gaat er daardoor veel goede zorg verloren

Heb je even een ogenblik?
Wij, collega’s, zorgmedewerkers, mensen zoals jij en ik
Wij moeten stevig in onze schoenen staan
En ons door deze Corona crisis heen slaan

Zorgen voor, doen we met hart en ziel
Wat met weinig personeel al niet mee viel
Nu is dit onvoorspelbaar virus in ons verpleeghuis
En voelt het ineens voor bewoners niet meer als thuis
Met de tekorten die er al zijn
Doet dit nog extra pijn
Wanneer gaat het opvallen dat de zorg zowel mentaal als fysiek veel van een mens vraagt
En het niet is omdat ik (of anderen) aandacht wil of klaag
Collega’s die besmet raken en uitvallen
Je word met onzekerheid overvallen
Onze gezondheid op het spel zetten
Elke tien keer omkleden of ontsmetten

Sorry meneer dat er niemand bij jou waakt
En je hand vast houdt als je laatste adem staakt
Sorry dochter van mw dat ik je huilend alleen laat staan
Maar niet troostend een arm om je heen kan slaan
Lieve bewoonster die haar ogen opent en naar mij opkijkt
Met alle kracht in haar naar mijn hand reikt
Ik wil teveel en kan te weinig tegelijk
Het doet zeer als ik om mij heen kijk
Zoveel kwetsbare mensen die je al langere tijd kent
En ondanks dementie jou toch herkent
Nu ineens ziek op bed, vechtend tegen de naderende dood
En jij of ik nog net die extra aandacht bood

Heb je even een ogenblik?
Wij, collega’s, zorgmedewerkers, mensen zoals jij en ik
Wij moeten stevig in onze schoenen staan
En ons door deze Corona crisis heen slaan.

Yvette Schuller
Verpleegkundige VVT

Een traan, een zucht

“Wat heb jij een mooie jurk aan, die kleur is zo prachtig.” complimenteert mevrouw.
“Dat blauwe. Je ziet het ook steeds vaker hé?” Ik verbijt mijn glimlach.
“Ja mw. dit is nieuwe mode. Het wordt vaak gecombineerd met blauwe of paarse handschoenen, kijk maar” en ik laat haar mijn handen, gestoken in handschoenen, zien. “Nou goed bedacht hoor, het past ook zo mooi bij elkaar, netjes hoor.” Als ik in de lach schiet kijkt mw. even bedenkelijk maar lacht dan toch mee, al weet ze niet waarom.

“Ow een heerlijk stofje ook, vast fijn warm” vult een andere mevrouw aan als ze haar hand om mijn arm legt. Door mijn schort voel ik haar ijskoude hand. “Kan ik er ook geen aankrijgen? Ik heb het zo koud”. Ik glimlach om haar vraag.
“Ik zal even een vestje voor u halen.” Terwijl ik naar buiten kijk, glijd de glimlach van mijn gezicht. De rouwauto staat voor de deur.

Ik knipper mijn tranen weg en haal het vestje voor mw. Nog voor ik bij haar ben gaat mijn telefoon.
“Ow meid, wat vervelend…”
“Ja, tuurlijk, dat begrijp ik…”
“Nee, joh, maak je daar niet druk om, we redden het wel”
“Nee, echt komt goed…”
“Sterkte!” Ik zucht als het gesprek voorbij is. Dat was mijn collega. Te ziek om te werken. Positief getest. En ze weet net als ik dat het niet zomaar goed komt hier.

“Wat zie jij er mooi uit” zegt mevrouw. Ik glimlach en trek haar vestje aan. Vanuit mijn ooghoek zie ik de rouwauto wegrijden. Ik denk aan de nachtdienst een paar dagen terug. Hoe ik het bed van die bewoner zat. In mijn pak. In mijn ene hand de hand van die medebewoner, in de andere een Bijbel. ‘De Heere is mijn Herder, mij ontbreekt niets’

Covid-19 in het verpleeghuis. Een traan, een zucht, een lach, een gebed. Stuk voor stuk onmisbaar. En ja, samen staan we sterk. En ja, we komen hierdoorheen. Alleen helaas niet met z’n allen…

Antonet Verrips-van Tilburg
EVV’er in het verpleeghuis

Sterrenkinderen

Een aantal jaar geleden toen ik net mijn eerste stappen in de kinderzorg zette was ik betrokken bij het sterven van een kind. De eerste in mijn carrière, onwetend nog, dat er nog vele zouden volgen.

Ik kreeg die dag een mooie les van een ervaren arts. Hij vertelde mij dat elk kind dat komt te overlijden je bij blijft, je vergeet ze geen van allen. Al die kids gaan met je mee als een soort engeltjes op je schouder. Ze zorgen ervoor dat je bij het volgende kind wat komt te overlijden nog meer kennis, kunde en empathie hebt. Nu een aantal jaar later vraag ik mij af, wanneer zijn mijn schouders vol? Of eigenlijk, hoeveel engeltjes passen er überhaupt op mijn schouders?

Telkens vind er weer een nieuw engeltje zijn/haar plekje. Er lijkt ruimte genoeg. Elk proces opnieuw leer je weer wat bij. Luisteren of juist advies geven. Regelen of juist een wat afwachtende houding aannemen. Aanvoelen, meevoelen en emotie tonen. Allemaal waardevolle lessen, zo voor het grijpen op m’n schouders, voor altijd bij me.
En de arts had gelijk, vergeten doe ik ze niet.

Ik weet alle namen nog, ken de ziektebeelden die er bij hoorden en met sommige ouders is er zelfs nog contact. Waardevol om al deze ervaring nog steeds in te mogen zetten. Al die sterrenkinderen helpen mij weer bij een volgend kind, maar nee.. het went nooit, het hoort niet en het verdriet blijft rauw. Ik werk op gevoel, ik hou van de kids en doe waarvan ik denk dat het, op dat moment het juiste is.

Twee schouders vol engeltjes, vol verhalen, vol ervaringen. Twee schouders waar altijd weer plaats blijkt, hoe hard ik ook hoop dat die plaats niet nodig is.

Hillegonde
Verpleegkundige specialistische kinderthuiszorg

Actief op social media onder de naam: @kinderzuster

Huishoudelijke hulp is ook zorg

In maart 2011 ben ik begonnen als huishoudelijke hulp in de thuiszorg. Inmiddels doe ik dit werk al bijna 10 jaar en nog steeds met veel plezier. Het grappig is dat ik op mijn 17e ooit solliciteerde als Alphahulp , na dit sollicitatie gesprek zeiden ze : Kom maar eens terug als je volwassen bent lees levenservaring hebt opgedaan.

En ik kwam dus terug 30 jaar later en levenservaring wijzer, bij dezelfde organisatie in een andere plaats. Nog steeds doe ik dit werk met veel plezier, je zorgt dat mensen een schoon huis hebben en tegelijkertijd leer je de mensen ook heel goed kennen. Ze vertrouwen je vaak dingen toe die ze hun eigen kinderen of familie vaak niet eens vertellen, je bent dus zoveel meer dan een huishoudelijke hulp. Je bent vaak een luisterend oor, en hun vaak enige gezelschap op een dag en zeker nu tijdens de corona crisis.

Huishoudelijke hulp is vaak een ondergeschoven kindje vind ik, maar het is toch echt ook zorg. Je zorgt voor een schoon en leefbaar huis, je zorgt dat mensen blij en tevreden zijn als je weggaat en mensen spreken vaak hun dankbaarheid uit.

Er gebeuren ook wel eens minder leuke dingen of er zijn cliënten waarmee het niet zo goed klikt maar bij mij wegen die over het algemeen niet op tegenover de mooie dingen die je meemaakt.

Ik hou van de verhalen van ouderen want die hebben vaak al zoveel meegemaakt maar het gebeurt ook dat je bij jongere mensen terecht komt die door omstandigheden huishoudelijke hulp nodig hebben.

Je bent er vaak het langst, je komt echt in de leefwereld van mensen. En doordat je de mensen zo goed leert kennen kun je vaak ook aangeven als er plots iets veranderd. Of als je denkt het gaat niet helemaal lekker met meneer of mevrouw kun je er iets mee doen.

De mevrouw die zo eenzaam is dat ze dolblij is dat je weer komt. De meneer waarvan de vrouw aan Alzheimer lijdt en op een gesloten afdeling woont. De mevrouw waarvan de dochter een compleet andere geloofsovertuiging had aangenomen. Het echtpaar dat alleen maar op de bank zat en ieder uur Omroep Brabant aanzette voor het nieuws en zo nog vele anderen.

Je komt zoveel verschillende mensen tegen en dat is wat het werk zo leuk maakt, de koffie met het praatje dat voor veel mensen zo belangrijk is naast het schoonmaken.

Ik ben dankbaar dat ik dit werk mag doen en ga iedere dag met plezier naar mijn cliënten.

Sandra Hommes
Huishoudelijk hulp

Mag ik uw gebit?

‘Mag ik uw gebit? Dan kan ik het even poetsen.’ Dhr. kijkt mij aan alsof ik hem net heel vreemd nieuws heb gebracht.

Ik zeg het nog een keer: ‘Mag ik uw gebit even? Dan kan ik het poetsen.’ Ik vraag het heel vriendelijk. Dhr. haalt zijn schouders op. Hij wijst naar zijn oren. ‘Ik versta het niet.’ mompelt hij.

Ik buk en zeg heel rustig, heel duidelijk en heel hard: ‘Mag ik uw gebit? Dan kan ik het poetsen.’ Dhr. schudt zijn hoofd en kijkt doelloos voor zich uit.

Ik pak het bakje waar het gebit in moet en laat deze zien. Dhr. kijkt er niet eens naar en staart nog steeds voor zich uit. Poging 384: ‘Ik wil uw tanden.’ Poging 385: ‘Doe de tanden maar in het bakje.’ Hoeveel manieren ik heb geprobeerd… ik weet het niet, maar hoe vaak ik het ook vraag, dhr. kijkt mij nog steeds aan alsof ik iets zeg, waarvan hij echt nog zijn hele 86 jarige leven nog nooit van heeft gehoord. Tja en nu?

Ik glimlach naar hem. Ik krijg een dikke glimlach terug. Rustig zit hij daar op het toilet. Zijn handen plukken een beetje aan zijn jogging broek. Hij heeft geen idee wat hij moet doen, maar zo te zien, zit hij wel best, maar ik voel me helemaal niet best. Ik wil zijn gebit poetsen.

Ik ben niet iemand die dan snel opgeeft en rapporteert: Dhr. wilde zijn gebit niet uit doen, dus deze niet kunnen poetsen, maar na poging 391 raakt ook mijn geduld op. Ik pak daarom een paar handschoenen, trek deze aan en laat een zucht.

Poging 392. Ik buig nog een keer naar voren en roep in zijn hoor: ‘Ik pak u gebit even hoor, dan poets ik het.’ Ik doe mijn handschoenen aan en pak met mijn rechterhand zijn lip beet en het gebit wordt zichtbaar. Ik probeer zo snel mogelijk het gebit te pakken te krijgen. Op het moment dat ik het gebit wil beetpakken, trek ik mijn hand terug. Au!! Dit doet echt zeer! Ik wrijf over mijn pijnlijke duim. Ondertussen doe ik snel een stap opzij, want dhr. balt zijn vuisten.

‘Wat doe je nou?’ roept hij verbaasd. Dat kan ik beter aan u vragen denk ik. Ik wrijf over mijn duim, die echt zeer doet. Mijn duim is wel behoorlijk rood en zeer doet het ook. Ook al is het een kunstgebit, als je er mee bijt, dan doet dat alsnog veel pijn.

Meneer kijkt nog steeds heel erg boos. Ik loop weer naar hem toe en geef hem een steuntje in zijn rug. Ik kom bij hem zitten, maar hij duwt me boos en weg en zijn ogen zeggen genoeg; ik kan beter uit de buurt blijven. Vanavond wordt het geen poging 393.

Ik voel medelijden, niet met mezelf. Misschien een heel piep klein beetje, want die duim voel ik echt nog wel, maar vooral met dhr. Onbegrip, zoveel onbegrip. Bijten, omdat je gewoon niet weet wat er gebeurd. Bijten, omdat je jezelf wil beschermen, niet wetende wat ‘die vreemde’ opeens met haar hand in jou mond doet, ook al heeft ze dat al 391 keer gezegd. Niet meer weten wat je moet doen, niet meer weten wat je moet denken.

Even later zit dhr. nog klaar wakker in zijn stoel. Hij is helemaal op z’n gemak. Ik glimlach en ik krijg een dikke glimlach en een zelfs een hele dikke knipoog terug… en dat niet alleen. Zijn hand gaat omhoog en hij zwaait. Zijn gezicht in een grote smile. Geen idee ervan hebben, dat ik door zijn ‘schuld’ de rest van de avond met een zeer gevoelige duim heb gelopen, maar ik vergeef het hem. Dat kan ook niet anders, als je zijn vriendelijke glimlach ziet en als je zo’n grote knipoog krijgt.

Minder leuk is dat ik toch moet rapporteren: ‘Dhr. weigerde zijn gebit uit te doen, deze niet gepoetst.’ Het liefst zet ik erachter: ‘Ondanks een zere duim als gevolg, kreeg ik de liefste, grootste en vriendelijkste glimlach en zelfs een dikke knipoog er voor terug.’

Evelien Willemstein
Verzorgende IG

Het hoort bij het werk

Mager, klein, een hoopje mens. In een veel te groot bed. Lijkbleek. Paarse handen. Ik pak haar hand. Warm. Er lijkt nog leven in te zitten.

Ik voel op haar borst. Hard en koud. Ik voel geen kloppen. Ik pak haar pols en probeer nog leven te vinden, maar tevergeefs. Ik schud mijn hoofd.

Familie veegt tranen weg en knikt bevestigend. Voor mijn gevoel mompel ik wat en haal beneden de stethoscoop. Ik loop weer naar boven. Knikkende knieën. Een raar gevoel in mijn buik.

Met trillende handen zet ik even later de stethoscoop op de borst van mw. Ik focus. Stilte. Mw. is overleden. Met trillende stem bel ik de huisartsenpost, zodat deze kunnen komen schouwen.

‘Het hoort bij het werk’ zegt mijn collega even later. Ik knik. Ze heeft gelijk. Toch krijg ik telkens weer een naar gevoel in mijn buik. De rest van de wereld valt dan even weg. Een leeg gevoel.

In mijn gedachten zie ik mw. voor me. Voorovergebogen over haar rollator loopt ze zondag morgen nog over de gang. Afgelopen maandag was ze niet lekker. De dokter vond het niet nodig om te komen. Buikgriep. Gewoon uitzieken werd er gezegd.

Vandaag was het dinsdag. Een avonddienst. Ik had er zin in. Ik was nog niet binnen, of ik mocht al gelijk mee lopen naar mw. Jansen. Het ging niet goed. Ze lag erg slecht. Nog amper beseffend wat er met haar aan de hand was, stonden ik en mijn andere collega van die avonddienst rondom het bed. En ik schrok. Een hoopje mens. Liggend in de ontlasting. Samen met drie andere collega’s heb ik haar verschoond. Puffend en hijgend blies ze haar adem uit.

‘Uitgedroogd. Dit is de 7e of 8e keer vandaag.’ Legde mijn collega van de dagdienst uit. Toen ze op haar rug lag, keek ze ons aan. ‘Ah fijn dat ik weet wie er vanavond zijn.’ Ze was nog goed bij haar verstand en kon ook nog goed praten. Twee uur later was dit wel anders. Toen had ze het opeens over tompoezen die wel heel erg lekker smaakte. Dit was misschien wel haar laatste gespreksonderwerp.

Nog geen uur na het ‘tompoezen verhaal’ ging daar de bel. Ik zat pauze te houden. Mw. Jansen stond er op het display. Samen met een collega liep ik naar boven en toen ik de deur opende, was het al duidelijk. Dit was heel snel gegaan.

Om 23:45 sloot ik nadat ik samen met mijn collega’s afscheidt had genomen, de deur van haar appartement. Weer een lege plaats. ‘Het hoort bij het werk’ hoorde ik in mijn gedachten. Waarom was het dan toch weer zo naar?

Evelien Willemstein
Verzorgende IG

Deel jouw verhaal!

Jouw verhaal op de website van Tommie in de Zorg? Dat kan!

Heb jij iets bijzonders meegemaakt tijdens je werk en wil je deze ervaring graag delen met anderen? Klik dan op de onderstaande knop om jouw verhaal in te sturen!

Verhaal insturen

Werken in de zorg is mooi en dat mogen we veel vaker laten zien.❤️