Door mijn werk als verpleegkundige heb ik de coronacrisis van heel dichtbij meegemaakt. Ik zat er tot over mijn oren middenin. Pas later, toen ik mijn werk wat meer kon loslaten, kwam het besef dat letterlijk iedereen de coronacrisis van dichtbij heeft meegemaakt.

Ieder op zijn of haar eigen manier.

Deze pandemie heeft een heftige en vaak negatieve impact gemaakt op ons dagelijks leven maar ik vind dat we ook naar de positieve dingen moeten kijken die er zijn gebeurd. We gingen elkaar meer helpen en vonden manieren om op afstand toch dicht bij elkaar te zijn.

En wat ik het mooiste vind, is dat we veel meer oog hadden voor anderen; dat we met zijn allen zorgzamer werden. Ik hoop dat we -ondanks alle ellendige gevolgen- ook deze positieve dingen blijven zien en vasthouden. Ik geloof niet zo in het “nieuwe normaal”, ik geloof meer in het “oude gewoon”. Want voor de coronacrisis hadden we deze positieve eigenschappen ook al in ons, alleen waren ze wat minder zichtbaar.

Eind maart 2020 werd mijn werk ineens helemaal anders. Het hospice werd voor een deel ingericht als cohortafdeling voor mensen die besmet waren met het coronavirus.

Zorgen voor mensen die aan het einde van hun leven zijn, is mij niet meer vreemd. Maar dit had ik nog nooit meegemaakt. Het ziektebeeld van deze mensen was heftig en onvoorspelbaar. Sommige patiënten waren zo ontzettend ziek dat ze zich compleet overgaven aan dit nare virus dat hun leven in korte tijd verwoestte. Het was pijnlijk en ontroerend om te zien. Ik kon er niet goed van slapen.

Amper bezoek, zorgverleners vermomd in pakken, pijn, happend naar adem en de eenzaamheid die patiënten moesten ervaren tijdens hun laatste dagen, uren of minuten van hun leven. Te pijnlijk voor woorden. Op TV werden we helden genoemd maar ik heb mezelf geen seconde een held gevoeld. Sterker nog, ik voelde me vaak compleet machteloos en soms heel erg onzeker.

Dan is het 27 december 2020. Ik was net klaar met een drukke en heftige nachtdienst. Het was inmiddels vijf uur in de ochtend en ik stond er toen pas bij stil dat mijn reukvermogen totaal was verdwenen. Een vreemde gewaarwording vond ik het en ik voelde me ook niet zo goed, onbehaaglijk. De nachten hiervoor had ik af en toe het idee dat ik in paniek raakte. Door de drukte, was mijn verklaring.

Tijdens de overdracht besloten we samen dat ik me zo snel mogelijk moest laten testen op corona. In de avond kreeg ik de uitslag: positief! Dit betekende dus in quarantaine. Mijn werk in het hospice stopte per direct. Ik kon wel huilen, verschrikkelijk vond ik het. Ik voelde me niet eens ziek. Nu moesten mijn collega’s al mijn diensten overnemen. Ik voelde me schuldig en machteloos. Tegelijkertijd wist ik dat het niet anders was. Ik moest me erbij neerleggen.

Terugkijkend weet ik dat ik alles heb gedaan wat ik kon voor de mensen die ik mocht helpen in het hospice. Ik besef me opnieuw dat de coronacrisis iedereen raakt en sta hier weer even stil bij al die mensen en hun verhalen.

Tommie Niessen
Verpleegkundige, auteur en spreker

____
Deze tekst is het voorwoord van het boek: Stilte heeft het laatste woord, gemaakt door Tahné Kleijn.

Het boek is een prachtig tijdsdocument van een periode die ons nog lang zal bijblijven. Door het lelijke en door het mooie dat deze tijd ons heeft gebracht en nog steeds brengt.

STILTE HEEFT HET LAATSTE WOORD

stilte heeft het laatste woord boek