Mevrouw Stok, niet iemand van 13 in een dozijn. Bijna 5 jaar geleden kwam ze (tegen haar zin) bij ons wonen. Want thuis ging het echt niet meer.

Ze was niet de makkelijkste en ze kon soms zeer tegendraads zijn. Wij, als verzorging moesten haar nog leren kennen. En dat ging met vallen en opstaan… Bij de een lukte dat wat makkelijker dan bij de ander.

Mevrouw Stok had toch wel een speciale benadering nodig, ze hield niet van dat “lievige”. Ze was meer van de ‘stevige aanpak’, zo was ze zelf ook

Die stevige aanpak schuwde ze bij ons als zorg ook niet: als ze ergens niet van gediend was kon je ‘opmieteren’ en als je niet uitkeek haalde ze uit met haar nagels of kreeg je een mep.

De zorg voor mevrouw was soms wel eens een ‘dingetje’. Ze hield niet van nagels schoonmaken en knippen, en met het scheermesje moest je ook uitkijken.

Mw Stok was echt een markante persoonlijkheid.

Een grote dierenvriend, haar hele leven was ze omringd door katten en een hond. Ze trainde zelfs politiehonden, en geloof me, je had er gewoon alle vertrouwen in dát ze dat kon. Ze regeerde (ze) met haar ogen. Haar grote liefde was Boris, een grote rode kater. Boris was haar alles.

Toen ze bij ons kwam wonen, kon Boris niet mee. Maar de familie kocht een poezenmandje mét een ‘nep’ Boris. En altijd lag deze Boris in zijn mandje bij mevrouw op schoot. Als je koekjes of chocola deelde, pakte ze er vaak twee van, want ééntje schoof ze onder Boris in het mandje.

Als je binnen kwam, kon je de stemming aflezen van haar gezicht. Was ze goed gestemd, dan kreeg je ‘liefdevolle’ pets op je wang of op je achterwerk, of ze kneep eens flink in je kipfiletjes. En dat koesterde je dan! Dan noemden we mw Stok wel eens liefdevol “Marietje”.

Maar was haar stemming in mineur, dan stond haar gezicht op onweer, schoof ze met een vaart haar koffiekopje over de tafel en smeet Boris op de grond. Dan was het gewoon mevrouw Stok.

Na verloop van tijd werden de goede momenten steeds minder en de mineurstemmingen kwamen steeds vaker voor. Dan weigerde ze alle eten en drinken, hoe zeer we ook ons best deden. Ze vermagerde en verzwakte, maar toch bleef ze een persoonlijkheid. Tot op het laatst wilde ze uit bed, hoewel dit eigenlijk niet meer ging en ze zichzelf in de weg zat. Tot het moment kwam dat we zelf de beslissing voor haar moesten nemen omdat het écht niet meer ging. Toen kwamen er twee weken waarop mw. Stok niet meer van bed kwam.

Ik heb avonddienst met een top-collega.

We lopen samen de kamer in waar mevrouw op bed ligt, ze slaapt diep door de medicatie. We kijken elkaar aan, denken allebei hetzelfde. We pakken een schoon nachthemd, schoon beddengoed en toiletspullen. We nemen de tijd, en met grote voorzichtigheid verzorgen we ‘onze’ Marietje.

Ze krijgt ze een schoon nachthemd aan, maken haar nagels schoon en knippen ze ook maar gelijk, verwijderen we die vervelende, altijd terugkomende kin-haartjes. Alles waar ze vaak zo’n grote hekel aan had, kunnen we nu rustig doen.

‘Haar laatste schoonheidsbehandeling’, zoals mijn collega het zegt.

We kammen haar haren en als laatste verschonen we de lakens en de kussenslopen.

Het voelt goed, ‘onze’ Marietje ligt schoon en netjes in bed.

Ze heeft er waarschijnlijk niets van gemerkt, maar dit zijn nu de kleine dingen die het werken in de zorg zo mooi maken.

Ondanks de grote werkdruk en zorgzwaarte is deze zorg zo belangrijk: een bewoner verzorgen zoals je dat bij je eigen vader of moeder ook zou doen. Zo gewoon, maar toch ook zo bijzonder! En nu: ‘Onze’ Marietje is er niet meer.

Twee weken lang lag ze op bed, trouw omringd door haar familie, en elke dag ging het een beetje minder. Ik mocht er bij zijn toen ze haar laatste adem uit blies.

Wat zullen we, ieder op onze eigen manier, deze markante persoonlijkheid gaan missen op onze woning…

Het was een bijzondere vrouw, en dat was ze!

Jolanda den Heijer
Verzorgende
Kleinschalig wonen PG